PSEUDO-DISTICHA of kleine meditaties door Karel Boullart

Alle uitzicht kijkt op vrijheid uit.
Alleen: wij zien het niet…
Als wij niet vrijuit kijken.

Plateau_20130304 (64)

Hier zijn wij naar eeuwigheid op zoek

En wordt de tijd gevonden.

Toch wordt al wat hier beweegt

In zijn wetten vastgezet. En zo

Voor altijd weer tot staan gebracht.

20130124_Rommelaere_3778 (278)

Doodstil staan de schedels allemaal.

In lange rijen neergezet en uitgestald.

Jaren stof zijn door hun holtes heengegaan.

En toch: de moord in hen is hier gebleven.

20130124_Rommelaere_3778 (63)

Wie hier naar boven treedt,

Stapt ook weer naar beneden.

Uitzonderingen heeft de wereld

Op deze hoogten niet.

Hydraulica_20130305 (21)

Wat vloeibaar is,

Is zichzelf nabij,

En toch, steeds weer,

Helemaal verwijderd

Van zijn eigen zijn.

Geen handgreep houdt

Die handen vast.

Hydraulica_20130305 (25)

Wat water werkelijk is,

Dat weet alleen een vis.

Die zwijgt.

sterrenwacht_4233 (20)

Als het nacht wordt,

Valt hier het licht.

Door ons kunstmatig oog

Zien wij vandaag

Wat gisteren het geval was.

En nu: nu weten wij haast alles.

Aula_20130215 154                                                    Braunschool 024

Een lange gang. Een open deur.

In onze gedachtengang

Verruimt ons gevoel

En verscherpt onze blik.

Toch worden wij niet veel wijzer.

Maar door het vele  kijken,

Na verloop van tijd,

Uiteindelijk weer blind.

20130122 154

Dicht opeengepakt in ellenlange rijen,

Staan hun hoge ruggen zij aan zij:

Dode letter zijn de teksten en de woorden.

Alleen voluit geopend en gelezen

Is het boek een zegen… Of een vloek.

20130122 14820130122 150

Een huis voor alle goden,

Al was het maar in miniatuur,

Is wat wij allen nodig hebben

Om eens onszelf te mogen zijn.

Aula_20130215 194

Staande in het midden van de roos

Van de rozet, getekend op de vloer

In uitgezochte, edele gesteenten,

Kijken wij naar alle kanten uit:

Toch zien wij zelden ver genoeg.

Hydraulica_20130305 (54)

Waartoe de dingen dienen,

Weet geen mens te zeggen.

Maar wij zijn al erg blij,

Als wij ze kunnen meten.

Dan weten we tenminste

Waar ze heden zijn.

20130124_Rommelaere_3778 (199)

Als wij niet meer zichtbaar zijn,

Moet men in onze lijken kijken:

Een kleine geschiedenis van het leven,

Een nieuwe wereld vol gewemel,

In zichzelf verliefd, is hier te zien.

Alleen, altijd opnieuw, door allen

Die er niet meer zijn, gehaat.

20130124_Rommelaere_3778 (172)

De mens en zijn geraamte

Gaan hand in hand het leven in.

Tot deze harmonie doorbroken wordt.

De ene helft is weggevlucht

In een of andere eeuwigheid.

De andere, verbleekt gebeente, werd

Op rust gezet in plastiekfolie:

Een waarschuwing voor allen.

Aula_20130215 164

Mijn blik is gaaf en helder,

Ongeschonden is mijn inzicht:

Mijn wetenschap is zuiver.

Ik bewaak de ruimtes

Waarin mijn volgelingen

Het grote werk volbrengen.

Braunschool 081

Omsloten

Door het kalme ritme van de vensters

En het blanke pleister van de muren,

Staan wij in de binnentuin

Van het gebouw

In het midden van onszelf

Op het eeuwiggroene gras

Dat onze stilte ademt…

En als het licht verdwijnt

Zijn wij naar huis gegaan.

Braunschool 078

Hier wordt wat krom is

Ter correctie rechtgetrokken

En weer verbogen,

Tot recht geschied is.

Hier legt men feiten samen,

Wordt overwogen, en gepleit

Tot recht geschied is,

In eerste instantie. En in tweede.

Hier wordt geoefend en geoefend,

En gepleit tot recht geschied is:

Echt in schijn. 

Bio_Ingenieurs_Coupure_BeNN_20130319 (11)

Wij eren onze doden

Om de waarden van het leven

Blijvend te bewaren.

Hun namen staan in steen.

Hun woorden staren ons aan.

Hydraulica_20130305 (21)

Een brede krans van hevig schuim

Schittert op het rusteloze water,

Bij ebbe en bij vloed.

Hier worden in hun tijd op aarde

De kleine elementen aangevoerd,

Uitgelezen en bijeengebracht,

Die in ons overgroot heelal

Het goede leven –voor ons een zegen –

Mogelijk maken.

sterrenwacht_4233 (42)

’s Nachts, als de tijd voorbij is,

Is het water diep en donker.

Is, in al wat wij kunnen zien,

Elk van onze gedachten zwart.

En als wij vallen, zinken wij.

20130122 069

Van hersenen is al veel gezegd:

Dat ze rond zijn

En veel te betekenen hebben.

Maar,

Als ze zichzelf werkelijk  kenden,

Zouden ze dan niet verdwijnen

In een gat dat rond en zwart is?

Misschien zullen ze eens, voorgoed,

Alles becijferen en alles berekenen.

Maar in het gat dat rond en zwart is,

Zullen ze zichzelf, het licht, niet zien.

Hydraulica_20130305 (27)

Ligt daar een ronde witte kei

Midden in het blanke water?

Of is het slechts een schittering,

Een spoor van vloeibaar wit

In de stroming van de schijn

In mijn verlangen naar een kei

Midden in het witte water?

Zoals de tijd het bewustzijn

Onbetrouwbaar maakt,

Zo breekt het stromend water

Dat telkens weer voorbij jaagt,

In onze blik

De zichtbaarheid der dingen.

Plateau_20130304 (55)

Hier wordt aan lege tafels,

En op blank papier,

De poëtica van de wereld

In symbolen uitgeschreven.

Die uitingen van zuivere denken

Zijn zo exact en zo precies,

Dat ze samenvallen met wat is:

Geen mens ontkomt aan die gedachte,

Geen dier ontsnapt aan deze dwang,

Geen engel kan hier wat aan veranderen,

Geen God stijgt daar boven uit.

Braunschool 082

Het licht heeft straling nodig,

En hevigheid in sterren

En volle nevels en felle spiralen.

En veel geduld:

Vandaag en op termijn.

Tot op ons oog het licht valt,

En wij moeten zeggen: ‘Kijk’

Denk na: dit is de wereld.

sterrenwacht_4233 (10)

Hier, in deze telescopen

Zoeken wij met machtig veel vernuft,

Naar menswaardige planeten,

Naar menselijk leven,

Elders in de tijd.

En als wij die exoten vinden,

Zien wij onszelf terug

In dit telescopisch beeld,

Zoals wij waren toen wij dachten

Dat wij uitzonderingen moesten zijn.

Hydraulica_20130305 (67)

Al wat was en is en zal zijn

Tuimelt naar beneden.

En lost zich schuimend op

In een zee

Van licht en duisternis.

Sociologie_fotoBeNN_20130425 (23)

Zoals jij openbloeit, zo zul jij sterven:

De kracht van het komen

En de onmacht van het gaan

Zijn in evenwicht.

In het midden

Staat de pracht van het bestaan.

Plateau_20130305 (6)

Als de tijd gedraaid is

En de zon is uitgebarsten,

Staat mijn oude aarde

Vol in het hoge licht.

Aards zijn de kleuren,

Hemels is het zicht:

Het landschap is.

20130124_Rommelaere_3778 (204) copy

De bronnen van je vreugde

De wonden van je smart,

Het kloppend hart, de ademhaling,

De materie van je zijn,

De kwintessens van je bewustzijn,

Hier is het: open en bloot gelegd,

En in je hersenen opgeborgen.

Maar of je zijn in je bewustzijn zit,

Of je bewustzijn in je zijn,

Dat weten je hersenen niet:

Daarvoor zijn ze veel te klein.

Museum_Dierkunde_fotoBeNN_20130430 (29)

Wij zijn uiteengegaan.

Verscheurd zijn wij gebleven.

Ons wedersamenstellen kan geen mens:

In onze handen zitten scherven

En niemand ziet het bloed.

Ook wij niet.

Plantentuin_fotoBeNN_20130430 (36)

Wat vruchtbaar wil zijn,

Moet vloeiend leven,

Gelijk helder stromend water,

Dat overal komt

En nergens thuis is,

Tot de substantie van het zaad

Vasthaakt, en in ’t geheim,

De groei naar volwassenheid begint,

Tot het eindpunt bereikt is,

En alles weer vloeibaar wordt,

En opnieuw, hoe vluchtig ook,

Weer vruchtbaar wil zijn.

Plantentuin_fotoBeNN_20130430 (115)

Het water is, en vloeit

Al wat is, is zoals het is,

In alle tijden, telkens weer opnieuw,

Voorbij. Tot al wat is,

Geweest is en is weggegaan,

In alles wat in alle water

Geweest is

Aula_20130215 087

Elk van ons draagt zorg

Voor zijn deel.

Het grote geheel vraagt meer

Van ons.

Afbreken van tradities,

Scheppen van tradities,

Beslissingen van jaren,

Op het juiste ogenblik.

Herinnering en dankbaarheid.

Daaronder rijen van portretten:

Het gelaat van een geschiedenis.

sterrenwacht_4233 (98)

Weggerukt uit de zon

Ben ik het licht

Dat de wereld zichtbaar maakt

In al haar kleuren:

Van de volheid van de dageraad

Tot de leegte van de schemering,

In de tijd en in de ruimte

Van het licht in de zon op aarde.

Museum_Wetenschap_20130415_BeNN (72)

In de verste vlakten,

In de diepste kloven,

Dagelijks, dag in dag uit,

Overal en altijd

Zoekt de mens

Met hardnekkigheid

Zichzelf en zijn doelen.

Steeds opnieuw.

Zijn vondst:

Zijn hand die grijpt,

Die alles aangrijpt,

Zich overal vergrijpt,

Tot ze, verstijfd,

Een lege, een dode,

Een gedode hand is:

De hand van een aap.

Museum_Dierkunde_fotoBeNN_20130430 (71)

Tegen ouderdom, dunkt mij,

Valt niet veel in te brengen,

Evenmin als tegen de dood.

Toch is hij gelijk de dood:

De dood die men beleeft

In levenden lijve,

Meer dan de dood

In het dode, dode lijf

Dat nimmermeer beweegt.

Jan_Palfijnstichting_Pand_20130516_fotoBeNN (101)

Het geluid van het water

Beroert mij. Het roert mij om:

Ik kom ondersteboven in mijzelf uit,

Ver weg van mijn uitgangspunt.

En om mijn adem, als ik heradem,

Ben ik heel, heel erg blij.

Sociologie_fotoBeNN_20130425 (50)

Op zijn hoogte, in zijn tijd,

Jaagt hij door de ruimte,

Zijn draagvlak breed en wijd.

Nu staat die vogel stil,

Stijf op zijn poten.

Zijn ogen blind,

Zijn vleugels dichtgeplooid,

Zijn dode blik gericht op aarde

Voor onderzoek:

In alle eeuwigheid.

Blandijn_Mnemosyne_BeNN_20130328 (206)

Hier worden vele golven

Van geluid,

Aangeduid en uitgemeten,

Alle.

Tot wij de stilte horen,

De stilte

Die ons het zwijgen leert.

Braunschool 005

Denk weinig.

Spreek nog minder.

Volg de regels.Coupure_Mnemosyne_fotoBeNN_20130321 (118)

Weggezonken, neergedrukt.

En diep verborgen. Uitgegraven

En aan het licht gebracht.

Memorabilia en restanten,

Fragmenten  en fracties,

En fantasmen

Van een doodgegane tijd:

Een leerschool van bekentenissen

Van nooit besproken lijden

En ongekende ijdelheid.

Teken van onmacht.

Ik vrees een man van één boek.

Ik vrees een man van één boek.

Wetenschappers zoeken telkens weer

Naar andere, betere woorden,

Om hun stukje van de wereld te beschrijven.

Hun puzzelstukken samenleggen

Doen ze graag.

Maar het lukt ze zelden.

Daarentegen: denkers van het Al,

Die enkel denken aan dat ene ding,

Aan ‘Orbis terrarum’, aan het heelal,

Hebben maar één soort woorden nodig,

Eén enkel boek. Iedereen schrijft het.

Maar niemand kan het lezen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (44)

Ik geloof in de toekomst

Van ons aller aarde.

Maar nu niet.

Jan_Palfijnstichting_Pand_20130516_fotoBeNN (8)

Kennis is macht

Is ons voorzegd.

En het weten bevrijdt ons

Is daaraan toegevoegd.

Maar als wij werkelijk leren

In het werkelijke leven,

Zijn wij heer en meester

Enkel nu en dan.

En alsmaar vaker

Bedelaars en slaven

Van het zijn

Dat werkelijk is.

20130124_Rommelaere_3778 (123)

Ons bewustzijn is in ons

Gelijk een labyrint.

Alleen een god kan ons

Zijn uitgang wijzen.

Nochtans, als dat gebeurt,

Zijn wij vergeten,

Wat we werkelijk waren.

UZ_20130418_fotoBeNN (113)

Het bloed dat ons doet leven

Wordt, gezegd en verzwegen,

Onderzocht van a tot z.

Tot de dood verbaasd is.

Of alle medicijnen falen.

UZ_20130418_fotoBeNN (70)

De eersten, de schimmels,

De mossen, de planten,

En hun bloemen, de dieren

En hun zaad, ze zijn

Als gedachten:

Voorbarig in de tijd.

Zoals de mens

En zijn verlangens:

Te laat gekomen

Altijd in de tijd

Die telkens weer

Voorbij is:

Te laat

Voor de eeuwigheid.

Hydraulica_20130305 (14)

De wetten van het water worden uitgemeten.

En dan ontdekt men dat de man verdronken is.

En men vraagt verbaasd: heeft hij die gekend?

Die wetten? En het antwoord is voorzeker: ‘Ja’.

Zo verbijsterend is de mens. En blijft hij.

UFo 2_20130611_fotoBeNN (11)

De auditoria zitten vol en overvol:

Het oor is groot, het verstand is klein.

Later, als iedereen en alles weg is,

Wordt het stil. In alle auditoria.

Gezegd is veel, begrepen weinig.

Maar alles, elk oor en elk verstand,

Heeft er toe geleid te zeggen

Dat het woord heel, héél nuttig is.

CentraleBib_20130611_fotoBeNN (6)

De kaarten die wij maken

Leggen de wereld open

Die wij hebben.

Maar al wat is,

Al wat wij hebben,

Moet opgeborgen worden

Als zijn tijd voorbij is:

Onze opbergkasten liggen vol.

En altijd waren,

Als wij goed kijken

Onze handen,

Die al die kaarten droegen,

Zo goed als leeg.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (47)

Wij maken beelden

Van wat ons overstijgt,

Om in onszelf te vereren

Wat wij anderen

Hebben toegeschreven.

Toch aarzelen wij,

Als wij bedenken,

Wat ons zou kunnen overkomen,

Als ook wij verdiensten

Toegeschreven kregen

Die ook wij maar hebben,

Omdat ook wij

Ze gekregen hebben.

Zomaar. Zo.

UFo 2_20130611_fotoBeNN (44)

Hoewel het licht rechtlijnig is,

Zijn er krommingen van licht,

In ovalen en in cirkels,

Overal terug te vinden:

Wat voorspelbaar is

Weerlegd op den duur zichzelf.

20130122 156

Wat is rekenkunde anders

Dan de tijd die zichzelf telt?

Wie denkt dieper

Dan in deze oppervlakte?

Plateau_20130304 (159)

De schaduw van een schaduw

Moet een spook zijn.

Of misschien een foto?

En dat is dan weer volop

Een werkelijkheid.

CentraleBib_20130611_fotoBeNN (25)

Wat zijn de wetten der natuur,

Die wij zo diep vereren, anders

Dan ingesleten gewoonten van de tijd?

Een tijd die oud geworden is.

VIB Soete Magnel 20130503_fotoBeNN (29)

Om haar feiten grondig vast te stellen

Wordt hier de wereld

In al haar delen uitgekleed.

Toch eindigt ook deze analyse

Met een samenstelling.

Wat, om de gedachte precies te maken,

Weggedacht moest worden,

Blijkt later altijd essentieel.

Dierengeneeskunde_20130517_fotoBeNN (66)

Aan je geraamte

Kun je de steun herkennen

Die je vlees moet krijgen

Om te kunnen overleven.

Toch blijft, als het leven weg is,

Alleen het gebeente over:

Als de kale schaduw

Van een vervulde,

Maar voorbije tijd.

Museum_Dierkunde_fotoBeNN_20130430 (32)

Het geluk van de dagen

Wordt in het aangezicht weerspiegeld

En het leed in de nacht van de tijd

In volle groeven ingegrift,

Voor heel, heel lang.

Toch zien wij hier

Enkel de oppervlakte:

En toch is die vaak

Al donker genoeg.

Rectoraat_20130606_fotoBeNN (91)

De pracht van bloemen is immens:

Groter dan het einde van het denken.

Wie zo in de wereld openstaat,

Kan, na zijn bloei, alleen maar sterven.

UZ_20130418_fotoBeNN (53)

Met dit werk van het meten

Wordt ons elk uur ontnomen:

Hier is geen tijd, geen eeuwigheid.

Geen tijd werd ooit geweten

In dit eeuwige meten.

Al wat was en is en zal bestaan

Is zo goed als altijd al geweest.

UZ_20130418_fotoBeNN (42)

In deze lange, donkere gangen blijft

Het gefluister van verleden hangen:

Als wij daar doorheen voorbij gaan

Horen wij de stem van de gedachten

Die ons voorgingen in het zijn…

Langzaam door oude, lege gangen.

Sociologie_fotoBeNN_20130425 (21) - kopie

Bladeren, duizenden,

Duizenden en duizenden,

Dekken de aarde af,

Van het dodelijke licht,

Van de waanzin van de zon.

Alleen door deze parasol van groen,

Valt de vruchtbaarheid op ons,

Die wij nodig hebben

Om te oogsten en te overleven.

UZ_20130418_fotoBeNN (281)

Hier zijn alle zorgen dringend nodig,

Om nergers voor te dienen.

Wat wij vermijden kunnen,

Moeten wij verzachten.

En wat fataal is,

Moet ons ontnomen worden.

UZ_20130418_fotoBeNN (287)

Hier komen alle medicijnen samen,

In één enkel eeuwig resultaat,

Eén enkele gebeurtenis.

In de verstijving van de dood

Staat de tijd niet stil,

Maar gaat hij grenzeloos

Eeuwig, aan ons voorbij.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (76)

Doorgeploegd is bijna heel de aarde,

Alle heuvels zijn haast weggeveegd.

Wat van verschil in hoogte overblijft,

Is uitgeveegd uit haat, voor alles

Wat niveau zou kunnen hebben.

UZ_20130418_fotoBeNN (243)

Wat puur plantaardig is,

Is boos en woekert overal,

Tot alles overdekt wordt.

En er eindelijk plaats

En tijd voor zuurstof is.

Plantentuin_fotoBeNN_20130430 (22)

Hier wordt een hele wereld opgebouwd

Uit dingen die, anders uitgezaaid,

Nooit hadden mogen zijn.

Toch blijkt hun bloei voortreffelijk.

En zo is heel de wereld ook:

Een serre. Een warmte en een vochtigheid.

Nauwkeurig afgesteld. Maar heel precair.

Coupure_Mnemosyne_fotoBeNN_20130321 (30)

Wat aan uitputtingsverschijnselen lijdt,

Werkt hier aan vruchtbaarheid voor allen.

Hier wordt het rulle, dode zand betoverd,

Tot het heel, heel zwarte aarde wordt,

De bodem gelijk waarop alles bloeit,

Wat wij altijd al verlangden,

Als wij maar voldoende hadden kunnen

Willen. Van in het begin.

 UZ_20130418_fotoBeNN (209)

Als hij gemeten wordt,

Is de tijd al lang voorbij.

Zo is, wat waargenomen wordt,

Altijd te laat. En wat wij zien

Een afschijn van het zijn. Geweest

Is alles. En wat is? Dat zijn wij!

Maar wij weten het niet.

UFo 3 20130614_fotoBeNN (7)

Hier komt de raad

Te vroeg,

Als hij verkeerd is.

En te laat,

Als hij juist is.

En soms kan het ook anders:

De wijsheid bestaat.

Maar haar aangezicht

Ziet men zelden.

Plantentuin_fotoBeNN_20130430 (30)

Aan namen geven komt geen einde:

Alles immers moet zijn benaming krijgen.

En talloos zijn de namen van de dingen.

Toch is er slechts één enkele naam

Die wij werkelijk willen leren kennen.

Maar die is, als hij gezegd moet worden,

Onuitsprekelijk.

Plateau_20130304 (98)

Wij herinneren ons een boot,

Waar vanaf het water weggleed,

Alsof het nooit bestaan had:

Zo zuiver was zijn lijn getekend.

Toch is ook dat schip niet eeuwig.

20130122 136

In deze diepe ruimte

Werd met grote gretigheid,

Gedacht, gelezen en gemediteerd.

Bijvoorbeeld over Maria,

Onze hoogste dame,

Eertijds bekend als de Moeder Gods.

Nu is dit grote denken,

Zoals men duidelijk kan zien,

Stilgevallen en vervangen

Door het echte licht

Der quanta en door snarentheorieën,

Om over gravitatie maar te zwijgen.

Maar de boeken staan op hun rijen:

Ze zijn verouderd. En ze gaan niet weg.

20130124_Rommelaere_3778 (216)

Zonder stempels kan geen mens

Zorgvuldig leven.

Het leven moet, wil het geldig blijven,

Getoetst, gewogen en gemeten zijn,

En goedgekeurd door onze overheden.

Tot wij, zoals het hoort,

De toelating bekomen

Om de wereld te verlaten.

Met de stempel van de overheid

En onze signatuur daarboven op.

20090715 003

Hier wordt over kunst gesproken

In machtige volumes.

Alsof er woorden waren

Om de schittering van kleuren

Uit te tekenen in letters.

Toch hebben wij geen keus:

Ook als wij onze hand geven,

Hebben wij nog steeds

Verbale tekens nodig.

20071214 Bib economie Stefaan Beel 096

In deze hoge ruimten

Kan, als men tijd en geld heeft,

Grondig lezen hoe de mens,

De producent en de consument,

Door alle tijden heen,

Aan zijn kost kon komen:

Rijker en rijker worden,

Of nu eens rijk en dan weer arm

Worden. Of omgekeerd.

Of gewoon verhongeren .

En dat, per uitzondering,

Dan maar één keer. Helaas!

En dat is niet in tegenspraak

Met onze theorie. Maar  waar.

Zij het ondanks haar.

PICT0039_2de (16)

In dit gebouw woont niemand.

Alleen gedachten zijn hier thuis,

Van heel dichtbij en van lang geleden.

Sommige zijn waar. Andere vals.

En irrelevant zijn de meesten.

Althans: dat vermoeden wij

Tot het tegendeel bewezen wordt.

Hoe dan ook, waar of vals,

Hun gewicht is onmiskenbaar groot.

Geen toren is hoog genoeg.

20130122 117

Op deze plaatsen wordt,

Vermoeid een beetje,

Neergezeten. En gezwegen.

Of, nu en dan, een woord gezegd

Dat niet voor publicatie is bestemd.

Misschien een stukje waarheid

Dat voor allen is bedoeld?

sterrenwacht_4233 (81)

Gedachten, gevoelens en gebreken

Moeten hun pantser hebben.

Hun gebouwen. En een tuin

In het midden.

Om wat lucht en wind

In onze wereld in te brengen.

En veel symmetrische geleding

In de gevel:

Anders krijgen wij geen rust.

En die hebben wij nodig.

Ook zonder gebouwde omgeving.

Rommelaere_bibliotheek1 015

Ons aangezicht is het masker

Dat wij onszelf maken:

Wij krijgen ze niet afgezet,

Onze maskers.

Ze zijn met onze huid vergroeid.

Ook de maskers van weleer,

Van in de oudste tijden ,

Zijn nog steeds de onze:

Wie kan zeggen wat wij werkelijk zijn,

Moet goddelijke eigenschappen hebben.

Plantentuin_fotoBeNN_20130430 (21)

Palmen, palmen, palmen!

Groen filigraan van zuiver licht.

Een paradijs, een tuin van Eden,

Onder koepels van onzichtbaar glas.

Of is het ijs?

De mens is overal.

Sindsdien wil hij ook alles.

In elke tijd waarin hij leeft,

Overal waar hij zich bevindt:

Onder de naakte hemel

Of onder gewapend glas.

Coupure_Mnemosyne_fotoBeNN_20130321 (49) Coupure_Mnemosyne_fotoBeNN_20130321 (48)

De stem van de wind,

In formule gevat,

Kan ons verstand

Niet bevredigen.

Ongrijpbaar als hij is

Voor onze handen.

Zijn kracht, zijn richting,

Zijn onbegrensde dwaasheid

Laat de wind steeds weer

Verrassend  komen

Uit zijn valse hoek.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (33)

Gebogen naar het veld,

Kijkend naar de hemel,

Hebben wij verzameld,

Vruchten, zaden, bloemen.

En jagen deden wij ook,

Op al wat onze tanden

Grijpen en verscheuren konden.

En ook onszelf hebben wij

Heel nauwgezet verzameld,

In maskers en in feestkledij,

In grote en in kleine riten.

Tot wij zo bijzonder waren

Dat wij allen samen

En elk van ons afzonderlijk

Niet langer uit verdeeldheid

Treden konden…

Wij voerden en wij voeren oorlog.

Vandaar de wapens, voor allen

Nu tentoongesteld. Alsof de strijd

Vandaag onzichtbaar is geworden,

In onze geest gevoerd moet worden.

Tot ook ons bewustzijn zelf

Onherkenbaar blijkt te zijn.

Maar hier is onze glimlach vol

In ons verzamelen met verve

En onszelf ten toon te willen stellen.

Wat zouden wij anders over hebben

Voor een verleden dat

Nu ook onzichtbaar is geworden,

Dan deze volle glimlach,

In een zaal vol kijkers?

*

*

*

18 thoughts on “PSEUDO-DISTICHA of kleine meditaties door Karel Boullart

  1. Pingback: lyrische beschouwingen Karel Boullart | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  2. Pingback: Alle uitzicht kijkt op vrijheid uit | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  3. Pingback: Als het nacht wordt | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  4. Pingback: Wat vloeibaar is | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  5. Pingback: Wie hier naar boven treedt | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  6. Pingback: Doodstil staan de schedels allemaal. | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  7. Pingback: Hier zijn wij naar eeuwigheid op zoek | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  8. Pingback: Wat water werkelijk is | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  9. Pingback: Dicht opeengepakt in ellenlange rijen | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  10. Pingback: Staande in het midden van de roos | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  11. Pingback: De mens en zijn geraamte | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  12. Pingback: Mijn blik is gaaf en helder | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  13. Pingback: Ligt daar een ronde witte kei | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  14. Pingback: Het licht heeft straling nodig | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  15. Pingback: Al wat was en is en zal zijn | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  16. Pingback: Zoals jij openbloeit, zo zul jij sterven | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

  17. Pingback: Als de tijd gedraaid is | wetenschap en verbeelding MNEMOSYNE Universiteit Gent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s