bijdrage Niceas Schamp en Kristel Wautier

Bio_Ingenieurs_Coupure_BeNN_20130319 (95)

Platina apparatuur

Je weet wellicht dat de UGent een mooie collectie skeletten en mineralen heeft. Iets wat minder bekend is, is de grote collectie platina apparatuur voor de organische synthese, misschien uniek in de wereld, een collectie met een geschiedenis.

Halfweg de negentiende eeuw was er in de UGent gedurende een tiental jaar een jonge, Duitse chemicus aan het werk, August Kékulé (von Stradonitz). Die man is wereldberoemd geworden tijdens deze periode, omdat hij een nieuwe theorie heeft ontwikkeld, die revolutionair was in de organische chemie. In 1865 is hij terug naar Duitsland “gerufen”, zoals zij zeggen.

Hij is in 1865 opgevolgd door zijn assistent, Théodore Swarts, die de organische chemie hier verder ontwikkeld heeft. Théodore Swarts was ontgoocheld omdat zijn schoonzoon, Leo Baekeland, niet op de universiteit wou blijven. Deze laatste was nl. een ondernemer in hart en ziel, en na enkele pogingen in de fotografische producten met een bedrijfje in Gent, is hij naar de US vertrokken, en heeft daar eerst het revolutionaire fotopapier Velox ontwikkeld, en nadien het bakeliet, met reuzensucces!

De zoon van Théodore Swarts, Frédéric bleef  wel op de universiteit en volgde zijn vader op in 1903; hij wordt de eerste in de wereld die zich interesseert voor de organische chemie met fluor. Fluor is een nogal curieus element, dat in veel vormen glas aantast, en dus niet kan behandeld worden in de gewone apparatuur, die chemici gebruiken , zoals glazen  kolven, bekers, distillatietoestellen etc.; met fluor moest alles in platina-apparatuur gebeuren.

Voor die fluorchemie was er in de wereld weinig interesse, ook al omdat het zo moeilijk was ermee te werken, maar daar kwam een totale verandering in, als Du Pont de Nemours in de US, fluorderivaten ontwikkelde om de ammoniak in koelkasten te vervangen. Ammoniak is giftig, stinkt en was een groot probleem  in die koelkasten van toen. Met de fluorderivaten, freonen, zoals ze genoemd worden, was dat helemaal opgelost; zij waren  reukloos, onbrandbaar, onschadelijk (dacht men) wat o.m. gedemonstreerd werd door de chemicus van dienst, die het gas in en uitademde. 50 jaar later is ontdekt dat deze freonen het ozon in de atmosfeer aantasten, zodat ze nu weer door andere componenten vervangen werden.

Van die fluorchemie is in de UGent weinig overgebleven, omdat Frédéric Swarts in de dertiger jaren niet in het Nederlands wou doceren; hij was nl. een actief  tegenstander  van de vernederlandsing van de universiteit. Hij is opgevolgd door Firmin Govaert, die mijn baas was.

Ik vermoed dat die apparatuur nog steeds in de dienst van hetzij organische, hetzij anorganische chemie te vinden is.

.

Niceas Schamp

professor em. UGent

ere-vast secretaris Koninklijke Vlaamse Academie van België (KVAB)

.

Het grootste deel van het onderstaande verhaal klopt (behalve enkele data: Kekulé is pas in 1867 teruggekeerd naar Duitsland). Wat mij verteld is, toen de collectie ‘platina’ van Frédéric Swarts is overgekomen naar het museum is het volgende: Frédéric Swarts had inderdaad een collectie platina instrumenten verzameld voor zijn onderzoek met fluor. Tijdens WOI is dit materiaal opgeeist door de Duitse bezetter. Na WOI is het instrumentatrium van Swarts opnieuw uitgebouwd. Toen WOII dreigde, wou men een scenario gelijk tijdens WOI vermijden en werden deze platina instrumenten verborgen op de bodem van de waterput in de tuin van Prof. Govaert. Enkele jaren terug is (een deel van?) deze collectie aan het museum overgemaakt. Dit gebeurde door een ATP-lid (met goedkeuring van zijn leidinggevenden) die als laatste opdracht voor zijn pensionering moest nagaan wat er eventueel waardevol was om over te brengen naar het museum. Dit gebeurde vanuit de organische chemie (S4)?
Enkele bedenkingen:
1) misschien dateert een ‘groter’ instrument van voor WOI en werd dit opgeeist?
2) werd de volledige collectie overgemaakt aan het museum? Ik denk dat hierover enkel uitsluitsel kan bekomen worden via de organische chemie.

.

Kristel Wautier, Museum Geschiedenis van de Wetenschappen

.

Dat groter toestel moet een misverstand zijn; ik ken alleen de gewone apparatuur, zoals ze in de organische chemie gebruikt wordt, maar niet in glas zoals gewoonlijk, maar in platina. Die zit nu blijkbaar in het museum. Een goed cv van Frederic Swarts (de zoon), vind men op de website van de ARB (Académie royale de Belgique); ik weet niet of hij ook een borstbeeld heeft in het Paleis der Academiën.Wie daar wel een mooi borstbeeld heeft, is Joseph Plateau, nog wel in de grote gang.

Apparatuur is belangrijk voor de chemici. De bekendste chemicus die de UGent heeft gehad, is Kékulé, van wie sprake is in de voorgaande mail. Bij zijn aankomst schreef hij aan een collega in Duitsland, dat het maar droevig gesteld was met de apparatuur in zijn lab; het enige wat hij vond waren 7 proefbuizen. Hij was ook in de stad  gaan  zoeken naar apparatuur en had alles samen nog 23 proefbuizen gevonden! Dat heeft hem niet belet om een uitstekend  lab uit te bouwen, een van de belangrijkste theorieën van de chemie te ontwikkelen, en ongeveer alle bekende chemici van toen  op zijn dienst te ontvangen.

Niceas Schamp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s