Etnografische Verzamelingen van de Universiteit Gent

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (3)

mezzanine, straatvleugel Het Pand begane grond, met de opstelling van de deelcollecties Amerika

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (29)

de zaal Oceanië, straatvleugel Het Pand begane grond, met centraal nenna, een boomvarensculptuur uit Vanuatu

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (11)

*Mandenwerk
Aan de kusten van de Stille Oceaan, van Alaska tot Californië, worden tot vandaag manden geproduceerd die tot de mooiste en meest verfijnde van Noord-Amerika behoren. De vrouwen ontwikkelden er een grote verscheidenheid aan twijn- en vlechttechnieken en gebruikten voor het basiswerk zowel als voor de versiering verschillende materialen. Vanaf het eind van de 19de eeuw ontstond een blanke markt voor deze manden die de vormgeving en de versiering sterk beïnvloedde.
*Mand, Mission Indians, Verenigde Staten: California
20ste eeuw
‘Mission Indians’ is een verzamelnaam voor diverse Californische groepen die zich vanaf de 18de eeuw vestigden in de door Spaanse Franciscanen gestichte kloosters die een koloniale defensiegordel vormden langs de kust van San Diego tot San Francisco. Al deze groepen vervaardigden manden volgens de spiraaltechniek, waarbij bundels van vezels werden omwonden en spiraalvormig aan elkaar bevestigd. Niet alleen uit de geometrische patronen maar vooral uit de figuratieve motieven blijkt het vakmanschap van de vrouwen. Een dikwijls weerkerend thema is dit van de ratelslang, een belangrijk mythologisch wezen dat dromen en visioenen brengt.
*Doosje, Ottawa (Anishinabe), Verenigde Staten: Oostelijke woudlanden
20ste eeuw
Zoals hun buren, de Ojibwa en Potowatomi met wie ze zich in de 19de eeuw sterk vermengden, gebruikten de Ottawa traditioneel berkenbast voor het vervaardigen van allerlei dozen en houders. In veel gevallen werden ze versierd met elandhaar of stekelvarkenpennen. Met het opkomende toerisme ontstond een grote afzetmarkt voor dit soort kleine doosjes met een quill-versiering, aangepast aan de Victoriaanse smaak.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (14)

Zadeldeken, Verenigde Staten: zuidwesten, Navajo (Diné)
Ca. 1880-1920
Het weven op een verticaal getouw namen de Navajo over van hun Puebloburen, het gebruik van wol van de Spanjaarden. De weefsels werden gebruikt als kledingstuk en als deken. Het patroon van getrapte ruiten op deze zadeldeken is kenmerkend voor de periode 1800-1865, de anilinekleur wijst er echter op dat het later gemaakt werd.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (16)

Tassen, Nez Percé ( Nimipu) of aanverwante groepen, Verenigde Staten: Columbia rivier Plateau
Eind 19de – begin 20ste eeuw
Het vlechten van manden en het twijnen van tasjes behoren tot de oudste vrouwelijke kunstvormen in Noord-Amerika. Getwijnde tasjes in touw van hennep of maïshulzen (maislies), versierd met een grote variëteit aan geometrische patronen, zijn kenmerkend voor de verschillende groepen in het gebied van de noordelijke Rocky Mountains. Voor- en achterzijde vertonen hier een verschillend patroon. De tasjes dienden hoofdzakelijk voor het bewaren van eetbare wortels, later ook als zadeltassen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (17)

Kruik, Zia- of Acoma-Pueblo, Verenigde Staten: zuidwesten,
Ca. 1900-1930
Het aardewerk van de Zia- en de Acoma-Pueblo staat bekend voor de natuurgetrouwe voorstellingen van vogels en herten. Het hertmotief zou zich van bij de Zuni hebben verspreid. Van oudsher is het hert een gelukssymbool voor de jagers en wordt het ook met vruchtbaarheid geassocieerd. Bij de Zuni zou de voorstelling van het hert een smeekbede zijn voor vochtige grond in de periode van de zaaitijd. In kruiken als deze werd zaaizaad bewaard.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (18)

Kruis, Katanga, Afrika: Democratische Republiek Congo
Portugese scheepslieden introduceerden dergelijke kruisen als betaalmiddel in Afrika, ze werden ook al gauw door de Afrikanen zelf gemaakt. De koperen kruisen uit Katanga, ‘croisettes’ of in het Swahili ‘handa’ genoemd, waren tevens prestigesymbolen, insignes en emblemen. Hierdoor oversteeg hun waarde dikwijls de werkelijke koperprijs. Als betaalmiddel raakten ze over een groot gebied verspreid. Aan het begin van de 19e eeuw verscheepten de Portugezen ze zelfs naar Rio.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (22)

Camiel van Breedam ‘(On)belangrijke Dingen’ (semi-permanente opstelling)
Indian Chief 2009 en kapkap, Nieuw-Ierland, Oceanië
Borstsieraad, kapkap, Oceanië: Nieuw-Ierland
Naast het doosje vol kleine wonderen van Camiel Van Breedam ligt een ‘kapkap’ van Nieuw-Ierland. Dit sieraad wordt als de meest delicate en fijnst bewerkte van Melanesië beschouwd. De grootte van het sieraad en de fijnheid waarmee het schildpad bewerkt was, gaven de waarde aan en daarmee prestige en aanzien aan de drager.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (23)

Camiel van Breedam ‘(On)belangrijke Dingen’ (semi-permanente opstelling)
Indian Chief 2009

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (24)

Deurslot, Afrika: Mali
De houten sloten van de Bamana en de Dogon zijn met hun hefsysteem en houten pinnetjes, de voorlopers van ons cilinderslot. Zowel qua vorm als techniek vertonen ze een sterke gelijkenis met de Egyptische sloten die al dateren van voor 2.000 voor Christus. Dogon- en Bamanasloten sloten zijn versierd met vooral voorouders- en vruchtbaarheidssymbolen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (25)

Beeld van een neushoornvogel, tingang of vredesvogel, Ngaiu Dayak
Zuidoost Azië: Kalimantan
In het wereldbeeld van de Ngaiu Dayak omringt een boven- en onderwereld de mensenwereld. De god Mahatara beheerst de oerberg in de bovenwereld. In riten en beelden staat de neushoornvogels symbool voor Mahatara. Ter bescherming van de gemeenschap plaatsen de Ngaju Dayak deze ‘tingang’, beelden van neushoornvogels, op hoge palen bij hun langhuizen; dit zijn lange woningen waarin meerdere families samenwonen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (28)

Schild, Oceanië: Astrolabebaai
Dit schild komt uit de omgeving van de Astrolabebaai in het noordoosten van Nieuw-Guinea, het enige gebied in Melanesië waar ronde schilden voorkwamen. Ze werden vervaardigd uit de plankvormige luchtwortels van de mangroveboom, vertonen meestal een X- of stervormig motief met vaak vlakken van contrasterende kleuren. De schilden zijn relatief zwaar, om die reden wordt aangenomen dat zij alleen dienst deden voor de verdediging van het eigen terrein. Op krijgstocht gebruikte men eerder kleinere, ronde of hartvormige schilden, die onversierd bleven.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (31)

Boeddhabeeld Zuidoost Azië: Thailand
Een beeld in brons van de Boeddha, zittend met gekruiste benen op een lotuskussen. Zijn linkerhand rust in zijn schoot terwijl de vingertoppen van zijn rechterhand gracieus de aarde aanraken. Dit gebaar heet bhumisparsamudra. Het staat voor het ogenblik waarop Guatama Boeddha de aarde aanriep als getuige voor zijn deugdzaamheid en de uiteindelijke verlichting na een lange meditatie. Het beeld is bijzonder mooi gemodelleerd volgens de klassieke standaard, en de gelaatsuitdrukking kalm en sereen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (33)

bronzen boeddhabeeld (Thailand) met links een 16e eeuws boeddha uit China in gietijzer en de achterzijde van het volkse beeld van de Hindoe-Javaanse Ganesha.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (34)

Beeld van Ganesha, Zuidoost Azië: Indonesië, Java
Oorspronkelijk afkomstig uit India, werd deze olifantgod ook overgenomen bij de verspreiding van het Hindoeïsme op Java. Ganesha is de god van kennis en wijsheid, succes en geluk. Vandaar dat scholieren voordat ze examens afleggen vaak een offer aan Ganesha brengen, in de hoop op een goede uitslag.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (36)

Deurpaneel, jovo, tale, Oceanië: Nieuw-Caledonië
Het mannen- of feesthuis (moaro) werd op Nieuw-Caledonië gebouwd ter gelegenheid van herdenkingsplechtigheden (pilou) voor de voorouders. Op de drempel, het linteel en de panelen links en rechts van de deuropening werden reliëfs aangebracht. Dit is een dergelijk ‘deurpaneel’ of jovo. De panelen bieden bescherming en stellen de voorouders voor. Wanneer men in de nabijheid van het mannenhuis offers brengt, praat men tegen de jovo.
Op de bovenzijde van het houten paneel is een antropomorf gezicht afgebeeld met een breed uitgewerkte neus. Dit verwijst naar een gebruik op het eiland om de neus bij de geboorte plat te drukken. De horizontale strook die het hoofd bovenaan aflijnt, duidt op de door mannen gedragen voorhoofdsband. Het resterende en grootste deel van het paneel heeft een geometrische versiering in vlakreliëf, mogelijk een sterk gestileerde weergave van ledematen en ribben.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (38)

Boomvarensculptuur, nenna, Oceanië: Vanuatu
Dergelijke beelden behoorden toe aan leden van een gradengenootschap en verwezen naar voorouders in eenzelfde graad. Ze verzekerden de eigenaar en zijn omgeving van de bescherming van deze voorouders.
Dit is een exemplaar in de glabella-stijl. De glabella is het deel van de schedel deel dat zich tussen de wenkbrauwen bevindt en iets uit naar voren steekt. Hier gekenmerkt door de gepunte weergave van het midden van het voorhoofdsbeen.
Ook opvallend is de afwezigheid van sculpturaal weergegeven ogen.
Om deze sculptuur te creëren, werd allereerst de stam van de boomvaren ingesnoerd op manshoogte, waardoor het onderste gedeelte zich verdikte. Na het kappen van de boomvaren werd de stam omgedraaid. Zo kon het dikkere gedeelte worden gebruikt voor het meer omvangrijke bovendeel van de sculptuur.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (41)

Beeld van een neushoornvogel, tingang of vredesvogel, Ngaiu Dayak
Zuidoost Azië: Kalimantan
In het wereldbeeld van de Ngaiu Dayak omringt een boven- en onderwereld de mensenwereld. De god Mahatara beheerst de oerberg in de bovenwereld. In riten en beelden staat de neushoornvogels symbool voor Mahatara. Ter bescherming van de gemeenschap plaatsen de Ngaju Dayak deze ‘tingang’, beelden van neushoornvogels, op hoge palen bij hun langhuizen; dit zijn lange woningen waarin meerdere families samenwonen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (42)

trap naar mezzanine, straatvleugel Het Pand begane grond, met de opstelling van de deelcollecties Amerika

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (49)

Mand voor melk, Afrika: Ethiopië
Deze mand is aan de binnenkant voorzien van een vettige laag die ervoor zorgt dat de mand geen vocht doorlaat. De pasta is een mengsel van hars, beienwas en uitwerpselen van dieren. Die combinatie zorgt er ook voor dat de melk niet schift.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (52)

Executiezwaarden, Afrika: Centraal-Afrika
“Daar oorlog en jacht altijd van het grootste belang zijn geweest, werden nagenoeg alle wapens onderworpen aan een sacralisatieproces door een persoon met een religieuze functie. Het bewerken van het ruwe erts tot gezuiverd ijzer werd beschouwd als een magisch proces. Het afgewerkte wapen werd pas als doeltreffend beschouwd wanneer er gebeden waren over uitgesproken, offers gebracht en in sommige gevallen magische stoffen aan waren toegevoegd.”
(Marc Felix in Dodelijk Mooi – Wapens uit Centraal-Afrika (Jan Elsen), Brussel, 1992: p. 31)
De meest bekende functie van deze executiezwaarden was de terechtstelling van ter dood veroordeelden. Dit is een beschrijving van een terechtstelling die op 3 oktober 1883 werd bijgewoond door Coquilhat en luitenant Vangele bij de Ngata:
In de brede straat stonden links de houten trommels – allemaal verticaal behalve één – de ijzeren gongen en de ivoren hoorns. De verschillende tonen van al deze instrumenten vermengden zich tot een wilde kakafonie. Aan de rechterkant verdrongen zich vele rijen van door vreugde opgewonden toeschouwers die sierlijk uitgedost waren met pluimen, mutsen in apenhuid, feestelijke beschilderingen en lendendoeken.
De muzikanten en de massa stonden in een ellips en vormden zo de offerplaats. In het midden van deze ellips en in het verlengde van de straat zat de ongelukkige die ging sterven, volledig naakt en zwart gemaakt, op drie kleine houtblokjes, op 10 centimeter boven de grond, met gestrekte benen. Een paal stond achter zijn rug en reikte tot op de hoogte van zijn schouders. Zijn bovenlijf en bovenarmen waren eraan vastgebonden. De handen, die een beetje achter zijn lichaam staken, waren aan de grond vastgemaakt met kleine paaltjes. Een tweede paal stond in de grond langsheen de borstkast. De voeten waren op dezelfde manier bevestigd als de handen.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (53)

Hoofdmansstaf, Afrika: Luba, Democratische Republiek Congo
Vaak speelden Luba-staven een belangrijke rol in de koninklijke inwijdingsrituelen. Dergelijke staven, die zowel prestigesymbool als genezingsamulet zijn, gelden nog steeds als historische documenten: hun vorm en iconografie alludeert op de afstamming van hun eigenaar. De vrouwelijke figuur die het bovenuiteinde van de staf siert, stelt meestal de stichter van de clan of lineage van de vorst voor.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (54)

werktafel Afrikazaal aan de straatvleugel op de tweede verdieping van Het Pand, met de krijgersjas uit Togo op de achtergrond*Krijgersjas, Afrika: Anufo, Togo
Dit kledingstuk bestaat uit aan elkaar genaaide fijne bandweefsels. Op voor en achterzijde werden enkele dierenhorentjes met magische substantie en een groot aantal lederen amuletten genaaid. In deze amuletten zitten vermoedelijk papiertjes met verzen uit de koran. Dergelijke kledij werd bij oorlogvoering gedragen. De magische toevoegsels moesten de drager beschermen, onkwetsbaar maken en succes in de strijd verzekeren.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (61)

Beeldenpaar, Afrika: Ngbaka, Democratische Republiek Congo
In vrijwel elk huis en op elke ceremoniële plek van de Ngbaka vind je een beeldenpaar dat Seto en Nabo (Seto’s zus/echtgenote) verbeeldt. Seto en Nabo zijn de boodschappers van Gale, het opperwezen van de Ngbaka-religie. Dagelijks plaatst men de beelden op een altaar en brengt offers om het ongeluk af te weren.
Beeld, Afrika: Togbo, Democratische Republiek Congo
In het uiterste noordwesten van de D.R. Congo, bij de grens met de Centraal Afrikaanse Republiek, leven de Togbo. Dit yasangbanga-beeld is een van de drie types van sculpturen die de Togbo maakten. Yasangbanga houden het ongeluk op veilige afstand en helen vruchtbaarheidsproblemen. De ogen van het beeld bestaan uit schelpen, een stijlkenmerk dat we vooral in de Centraal Afrikaanse Republiek terugvinden.
Maskeropzetten, Afrika: Kuyu, Congo Brazzaville
Vermoedelijk werden deze maskeropzetten gedragen in één van de ceremoniën van het geheime Djo-genootschap. Mannen hulden zich in raffiaweefsels en droegen deze houten opzetmaskers tijdens de slangendansen. De slang Djo werd door de oostelijke Kuyu vereerd als mythische voorouder.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (65)

Camiel van Breedam ‘(On)belangrijke Dingen’ (semi-permanente opstelling)
wit-rond 2009

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (67)

Hoofdmansstaf, Afrika: Luba, Democratische Republiek Congo
Vaak speelden Luba-staven een belangrijke rol in de koninklijke inwijdingsrituelen. Dergelijke staven, die zowel prestigesymbool als genezingsamulet zijn, gelden nog steeds als historische documenten: hun vorm en iconografie alludeert op de afstamming van hun eigenaar. De vrouwelijke figuur die het bovenuiteinde van de staf siert, stelt meestal de stichter van de clan of lineage van de vorst voor.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (70)

Schaaldraagster, Afrika: Luba, Democratische Republiek Congo
Een van de mooiste thema’s uit de Luba-kunst is dat van de schaaldraagster, de ‘mboko’. Een dergelijk beeld behoort tot het belangrijkste onderscheidingsteken van een waarzegster. Soms wordt de figuur geïdentificeerd als echtgenote van de geest door wie de waarzegster tijdens consultaties bezeten raakt. De Luba veronderstellen dat alleen een vrouwenlichaam sterk genoeg is om geesten te herbergen. Schaaldraagsters bezitten genezende krachten. De witte kalk uit de schaal wordt dan samen met medicinale substanties op het lichaam van de patiënt gewreven.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (71)

Masker, Afrika: Suku, Democratische Republiek Congo
Houten helmmaskers worden bij de Suku en sommige van hun buren in de eerste plaats gedragen tijdens de dansen bij puberteitsrituelen. Oudere initiandi leerden met het masker dansen en traden er mee op tijdens de feesten aan het einde van de afzonderingsperiode. De maskers worden aanzien als collectieve beeltenissen van alle gestorvenen en gelden als incarnaties van de vooroudergeesten.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (72)

masker – weerkaatsing van het Suku masker in het raam

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (76)

Hoofdopzet, Afrika: Senufo, Nafera, omgeving Sinematiali, Nangolekaha, Ivoorkust
Deze hoofdopzet deed dienst bij initiatie in het geheime Poro-genootschap. De initiandi droegen dergelijke hoofdtooien op de avond voor ze het heiligdom van de Poro werden binnengeleid. Het genootschap bestaat nog steeds en leert de initiandi sociale codes en maatschappelijke waarden aan. Later komen ook religieuze en kosmogonische concepten aan bod. Zo leren ze het verhaal over hoe het heelal is ontstaan.

Museum_Etnische_fotoBeNN_20130425 (75)

detail: hoofdtooi, Senufo, Nafera, Ivoorkust, Afrika

One thought on “Etnografische Verzamelingen van de Universiteit Gent

  1. Pingback: Publieksinspectie ‘kantine Pacific’ | Publieksactie Wereldmuseum

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s